ASPERGER IS GEEN GROENTE
Wat is jaloezie? Wat is bescheidenheid? Wat is tolerantie?
Wanneer ben ik boos? Wanneer ben ik geïrriteerd?
Mama, wat heb ik nu van jou geleerd?
Het leven is anders, het leven is bal.
Het leven is een warboel van meningen,
reacties en van spijt.
De haren op mijn hoofd groeien harder dan het feit
dat ik anders denk, anders voel,
anders weet en anders ben.
Niemand die het ziet. Niemand die begrijpt.
Niemand die weet waar ik het over heb,
want ik lijk zo gewoon,
misschien beter dan wat vreemd.
Je moest eens weten hoe dat vroeger was
en als ik over vroeger praat dan is dat net voorbij.
Ik en jij, ik en wij, ik zei, praat ik altijd over mij
en zij zijn slecht.
Ik bedoel het zo goed. Ik bedoel het zo goed.
Kan niet lachen om, praten met,
voordat ik het weet gaat gesprek weer over mij.
Waar zijn zij? Wie ben jij?
Zijn er dan ook mensen om mij heen?
Ben alleen. Ben het zat!
Leg de lat steeds hoger. En droger.
En wasmachine. Wat benzine.
Methylphenidaat, sjiek voor Ritaline.
Flauwe kolder uit de zolder van mijn hoofd.
Van mijn eigen wijs beroofd.
Nee. ik luister niet goed.
Zal wel beter willen doen, maar ik luister niet goed.
Het lijkt wel of ik helemaal niet luister.
Ze praten maar en praten maar en ik hoor haar stem.
Ik zie haar gezicht.
Ze kijkt misschien lachend naar mij of met een trillende lip.
Maar ik snap deze taal niet.
Maakt ze nu een grap,
is het bittere ernst of wil ze gewoon een wip?
Heel lang geleden leefde er een prins.
Hij was druk, hij was vreemd, praatte ,
gilde de hele tijd.
Wat een nijd. Wat een onrust.
Wat een fust vol warrig bier.
Want het ging nergens over.
Niemand die begreep, niemand die het zag.
Niemand die wist waar hij het over had.
Was hij gek of de weg kwijt?
Was hij lief of was hij altijd?
Zo stond hij bij haar raam en zong vol overtuiging:
“Ik hou veel van jou en ik wil op je bouwen!”
Zei hij, riep hij, schreeuwde hij van daken
met het schaamrood op zijn kaken.
Te pas en te onpas, zoals hij dacht, zoals hij was.
Wilde voelen, wilde ruiken, wilde proeven.
Zwelgend in onzekerheid dacht hij alleen aan haar
waar hij zinnig veel van hield.
Maar wat was houden van?
Is dat een keuze, een mening of een groeiend proces?
En hij dacht: ‘Het is zo als ik wil!’
Hij ging zitten naast de plas
en staarde naar het spiegelbeeld van haar.
Daar woonde dus die wijze in dat grote bos
en hij ging los.
En hij ging los:
“Alles wat ik deed was het zoeken naar jou
en nu ik je gevonden heb,
blijf ik je eeuwig trouw.”
Zei hij en hij keek om zich heen.
Zij was er niet.
Zij was nergens.
De wereld om hem heen leidde hem af.
Daar ging een koets. Wat een mooie paarden.
Kijk daar. Een olifant in een porseleinen kast.
En die kwast.
Die vliegt helemaal zelf over het doek.
Kijk dat schilderij.
Het lijkt wel op mij!
Wat een kleurige lucht.
Er staan sterren op gordijnen.
En de wijze zei tot hem:
“Jij bent het. Ik weet dat jij het bent!
Jij bent diegene die het nu veranderen wil,
hoor je dat gegil?
Hoor je de stilte?
Merk je het verschil?
Draai eens om je heen en vertel me wat je ziet!”
“Ik zie een wereld om mij heen.
Miljoenen mieren kronkelen door elkaar.
De zon werpt schaduw achter eik op de top
van die lege heuvel vol met gras,
vol met bloemen.
Bijen zoemen.
Herten staan te drinken uit een bruisende beek.
Het weiland hobbelt zachtjes op en neer,
is omrand met sloten en bosjes en wat al niet meer ...”
En de wijze vraagt:
"Heb je weer gedronken?
Je linkt alles aan elkaar.”
“Ik lust geen alcohol en
ik link toch altijd aan elkaar?
Verwissel alles in mijn hoofd!
Als ik een smid was,
was ik timmerman en kleermaker.
Alles tegelijk. Alles in de war.
Ik zou ijzer trachten naaien
en het hout beslaan met vuur.
Orde en structuur.
Waarom orde en structuur?
Waarom regelmaat?
Ben jij ten einde raad?
Dat kan ik wel bedenken,
maar ik voel het antwoord niet.
Ik beredeneer de hersens uit mijn kop!”
“Afspraken zijn verlichte bakens,” sprak de wijze.
“Ga van de een naar de ander
vervul ze allemaal.
Zo maak je een reis door jouw wereld.
Er staat een muur om jouw tuin!
Een lange gouden muur met één verborgen deur.
En als je die opent, dan is daar de tijd.
De realiteit, zoals de echte wereld is.
Zo verleidde jij mij met links; ga rechts!
Maar met alle respect: ga vinden wat je past,
wat je leuk vind, waardevast.
Zoek nooit alleen wat jouw omgeving zint.
Je hebt een eigen wil!
Ook jij, heb jij een eigen wil!”
Ik vind de muur om mijn leven.
Ze staat er al heel lang.
In het midden is die deur.
Jij veegt de stoep en je geeft mijn kleuren water.
Want alles wat ik doe is zoeken naar jou.
Nu ik je gevonden heb,
dan vraag ik me weer af:
ben jij de vrouw van wie ik zielsveel hou?
Als jij het bent,
dan kom je bij mij binnen
en dan vind je mij een man.
Een volwassen man.
Zo heb je mij gevonden
bij jou kom ik thuis.
Je hebt die deur geopend
mijn grote hart incluis.
De wereld draaide om mij heen
ik was de spil.
De realiteit zag mij daar niet staan
als ze mij zag, dan was ik even weg.
Even weg van de wereld.
Mijn gedachten draaiden overuren
van vroeg in de morgen tot laat op de dag.
Altijd vergelijken, alles vergelijken ...
puzzel ik de hele dag, het maakt me gek!
Is dit nou een afspraak
Is het een suggestie?
Ben je boos, geïrriteerd?
Ben je bang of heb je pijn?
Ben je diep ontroerd
Ben je wat verdrietig?
Ben je net zo gek op mij als ik dat ben op jou?
Als de suggestie is bevestigd, is het een afspraak.
Ben ik boos,
ben ik onbereikbaar en geïrriteerd,
dan heb ik je nodig!
Soms kan ik niet meer stoppen
ook al wordt dat mij gevraagd.
Soms denk ik dat ik al gestopt ben …
Mijn hoofd zoekt rust. Mijn hoofd zoekt rust.
Laatst was ik bij een beekje midden in bebost mooi land.
Ik voelde voor het eerst bewust hoe het is,
leegte in mijn verstand.
Niets moest. Alles mocht.
Ik voelde me vrij!
Hoe zou het leven zijn zonder ADHD, zonder asperger …
geen flauw idee, wat moet ik er mee?
Asperger, asperger,
iedereen heeft het een beetje,
maar ik heb het veel erger.
Asperger, asperger,
iedereen, dat weet je,
begrijpt er weinig van!
Mama, heb jij je teveel gericht op het één?
Ik neem je niks kwalijk,
maar kende je toen het onderscheid?
Soms wordt mij verweten
dat ik iets had moeten weten …
Wat is jaloezie?
Wat is bescheidenheid?
Wat is tolerantie?
Wanneer ben ik boos?
Wanneer ben ik geïrriteerd?
Mama, wat heb ik nou van jou geleerd?